Duurzaam ondernemen met BMD Advies Oost



Mijn BMD

 

Omgevingsvergunning en aansprakelijkheid
- de lessen van Chemie-Pack -

Op 13 september j.l. organiseerde BMD Oost een bijeenkomst over omgevingsvergunning en aansprakelijkheid. Dat dit onderwerp de aandacht heeft blijkt uit de opkomst. Rond de 35 geïnteresseerden meldden zich aan voor deze bijeenkomst.

                                                                   

Norman Smit opende de bijeenkomst met enkele voorbeelden van gevolgen voortvloeiende uit incidenten of calamiteiten. Vervolgens gaf hij het stokje over aan Richard van Dijk (adviseur BMD Advies Oost). Richard begon zijn presentatie met de wettelijke aspecten van de omgevingsvergunning (WABO). Door middel van praktijkvoorbeelden werd door hem geïllustreerd hoe overheden handhaven naar aanleiding van een mogelijke overtreding. Richard concludeerde dat in veel gevallen handhaving voorkomen kan worden door als bedrijf eigen verantwoordelijkheid te nemen en de eigen vergunning zelf periodiek te controleren. Daar waar nodig op eigen initiatief aanpassingen door te voeren. 'Het is heel opmerkelijk, dat veel bedrijven de vergunning onder in de kast gooien en er niet meer naar om kijken' vatte Richard het samen. Hierdoor loopt het bedrijf onnodige risico's, ingeval van een calamiteit.

     

 

 
          
Richard gaf de aanwezigen nog een aantal tips mee:

  • geef voldoende informatie (indieningsvereisten), maar ook niet te veel (flexibiliteit);
  • dring aan op een concept ontwerpbeschikking;
  • neem tijd voor controle op eigen vergunningvoorschriften;
  • blijf na vergunningverlening op de hoogte van acties uit vergunning en nieuwe regels (kunnen nl. ook soepeler zijn).

Uit de zaal werd opgemerkt dat dit extra tijd kost. Al snel werd geconcludeerd dat deze beperkte investering in tijd veel problemen in de toekomst kunnen voorkomen. Dit werd tenslotte nog geïllustreerd met een groot aantal recente gebeurtenissen uit de pers.

                       

Na een korte pauze nam meester Jack Blom((milieu)officier van Justitie parket Zwolle) het stokje over. Na een introductie van zijn functie binnen het Functioneel parket gaf Jack aan dat hij graag presentaties gaf voor groepen ondernemers en KAM-functionarissen. Dit omdat hierdoor uitgelegd kan worden hoe het Openbaar Ministerie (OM) werkt en preventief kan werken. Jack illustreerde dat zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk gehandhaafd kan worden. Hierbij gaf hij aan wat de verschillen zijn en waarom het in veel gevallen beter is bestuursrechtelijk te handhaven. Op persoonlijke titel concludeerde Jack:'De WABO is voornamelijk een bestuursrechtelijk instrument en de gemeenten hebben een verzwaarde taak in de opsporing en handhaving van milieudelicten'. Het Functioneel Parket wil zich voornamelijk richten op zwaardere milieumisdrijven.

In de afronding van de presentatie richtte Jack Blom zich op de aansprakelijkheid van natuurlijke personen binnen bedrijven. Uit de Slavenburg jurisprudentie blijkt dat de feitelijke leidinggever of opdrachtgever aansprakelijk kan zijn, ingeval:

  • actief opzettelijke betrokkenheid (opdrachtgever);
  • passief (geen opdracht, maar nalaten; iets doen; het laten gebeuren).

Hier volgde nog enige discussie met de zaal, naar aanleiding van een aantal situaties waar niet hiërarchisch leidinggevenden aansprakelijk gesteld en strafrechtelijk vervolgd zijn.

Norman Smit sloot met een presentatie over bedrijfscontinuïteit na een incident of een calamiteit. '60% van de bedrijven zijn na een grote brand binnen 3 jaar failliet' kopte Norman als onderzoeksresultaat van het CBS. In veel gevallen was dit voorkombaar geweest. Het heropstarten van het bedrijf kost in veel gevallen te veel tijd en is er cruciale informatie verloren gegaan. Na een uiteenzetting van mogelijk scenario's ging Norman dieper in op de vele actoren die betrokken zijn bij de afhandeling van een calamiteit. Interne actoren, als medewerkers, familie en OR. En externe partijen de opsporingsinstanties, crisisbestrijders, maar ook de politie/OM en banken en verzekeraars hebben veel invloed na afloop van een calamiteit. Relevante vragen hierbij zijn:

  • wat doet dat met de liquiditeitspositie van het bedrijf als er grondstoffen besteld moeten worden en de bank de creditfaciliteit beperkt;
  • hoe start je de productie op als de Arbeidsinspectie nog aan het onderzoeken is;
  • hoe snel is het computersysteem weer online, met de meest recente back-up.

                                                   

Norman adviseerde in de afsluiting nog het volgende:

  • zorg voor een goed bedrijfsnoodplan;
  • waarin aandacht is hoe de communicatie werkelijk verloopt;
  • zorg eventuele voor een externe woordvoerder;
  • zorg dat ingeval van een strafrechtelijk onderzoek betreffende medewerkers juridisch en emotioneel worden bijgestaan;
  • vertel geen 'leugentjes om bestwil', ter voorkoming van risico's van het o.a. niet uitkeren van verzekeringsgelden;
  • zorg voor een goed back-up systeem;
  • zorg pro-actief voor een 'goede' vergunning en communiceer open met de gemeente of provincie.


                                         

Na afloop is er onder het genot van een hapje en een drankje nog geruime tijd nagesproken over  de presentaties. De volgende informatiebijeenkomst vindt plaats op woensdag 7 december 2011. Deze zal gaan over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Wilt u deze informatiebijeenkomst bijwonen schrijf u dan hier in!