De slider is niet ingesteld bij de opties. Stel deze nu in

Herziening Activiteitenregeling per 1 oktober 2017 (1)

In eerdere nieuwsitems hebben wij u ingelicht over de gevolgen van wijzigingen in regelgeving voor de opslag van gevaarlijke stoffen (PGS 15). Deze wijzigingen golden met name voor type C bedrijven (vergunningplichtig). Per 1 oktober 2017 is een herziening van de Activiteitenregeling in werking getreden waardoor de in 2016 geactualiseerde PGS 15 ook voor type B bedrijven (meldingsplichtig) geldt.

De per 1 oktober 2017 gewijzigde Activiteitenregeling omvat de volgende belangrijkste wijzigingen:

  • Verwijzing naar de geactualiseerde PGS 15 voor verpakte gevaarlijke stoffen, inclusief meer maatwerkmogelijkheden
  • Verwijzing naar een aantal nieuwe of herziene normdocumenten (AS 6800, BRL en NEN)
  • Een aantal correcties in de bodemvoorschriften voor opslagtanks
  • Aanwijzing van nieuwe of herziene PGS 15, 29, 32 en 35 als BBT document in de Regeling omgevingsrecht (Mor)

Hieronder volgt een toelichting op de belangrijkste wijzigingen.

PGS 15:2016
In september 2016 is de geactualiseerde versie van PGS 15 gepubliceerd (PGS 2015:2016). Met de herziening van de Activiteitenregeling moeten type B bedrijven per 1 oktober 2010 voldoen aan de voorschriften van de PGS 15 waarnaar in de Activiteitenregeling wordt verwezen. Voor type C bedrijven gaat dit pas spelen indien de vergunning geactualiseerd dan wel gereviseerd wordt ten aanzien van de verwijzing naar de PGS 15.

Er zijn drie belangrijke veranderingen te melden:

  1. In een opslagvoorziening voor gevaarlijke stoffen mogen ook aanverwante stoffen en koopmansgoederen worden opgeslagen. De totale hoeveelheid mag alleen niet meer als 10 ton bedragen.
    Met andere woorden; indien in een opslagvoorziening naast 5 ton gevaarlijke stoffen ook 10 ton aan losse goederen worden opgeslagen (bijvoorbeeld verpakkingsmateriaal) kan sprake zijn van een totale hoeveelheid in opslag van meer dan 10 ton (totaal 15 ton). Hiervoor gelden in dat geval strengere eisen (hoofdstuk 4 PGS 15) en kan er mogelijk een strijdige situatie ontstaan.
  2. In een inpandige opslagvoorziening mag ten hoogste 2.500 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen aanwezig zijn.
    Ondanks aanwezigheid van bijvoorbeeld een gecertificeerde brandmeldinstallatie met doormelding is het opslaan van meer dan 2.500 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen in een inpandige opslagvoorziening niet toegestaan.
  3. Als uitsluitend onbrandbare of niet brandonderhoudende verpakte gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 8 verpakkingsgroep II of III zonder bijkomend gevaar en/of ADR-klasse 9 worden opgeslagen en de hoeveelheid maximaal 10.000 kg of liter bedraagt, gelden geen eisen met betrekking tot brandwerendheid van de ruimte.
    Hierbij geldt wel dat het gedeelte waar opslag plaatsvindt, alleen voor de opslag van die stoffen mag worden benut en dat dit duidelijk moet zijn aangegeven met gevaarspictogrammen en belijning. Verder gelden onverkort de eisen ten aanzien van productopvang en onverenigbare combinaties.

In de geactualiseerde PGS 15 is geregeld dat gemotiveerd afwijken van de voorschriften in alle gevallen mogelijk is waar redelijkerwijs niet voldaan kan worden aan de gestelde eisen. In de Activiteitenregeling is deze mogelijkheid tot maatwerk overgenomen. Maatwerk is alleen mogelijk als de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. Het afwijken van de PGS 15 dient dus goed gemotiveerd te worden.

Wat betekent dit nu precies?
Bent u een type B bedrijf?

  • Vanaf 1 oktober 2017 is de Activiteitenregeling gewijzigd, waarbij expliciet verwezen wordt naar de PGS 15:2016. De nieuwe PGS 15 is daarmee direct van toepassing geworden per 1 oktober 2017! Mogelijk is daardoor binnen uw bedrijf een strijdige situatie met de PGS 15 ontstaan.

Bent u type C bedrijf?

  • Als vergunningplichtig bedrijf gaat dit pas spelen indien de vergunning geactualiseerd dan wel gereviseerd wordt ten aanzien van de verwijzing naar de PGS 15.

In beide gevallen ontstaat een strijdige situatie indien in bestaande inpandige opslagvoorzieningen, conform de berekeningswijze van de PGS 15, meer dan 10 ton wordt opgeslagen.

Tips van de adviseur

  1. Inventariseer welke hoeveelheid stoffen per opslagvoorziening met gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Toets aan de versie van de PGS 15:2016 of de wijze van opslag van de gevaarlijke stoffen is toegestaan.
  2. Leg de maatregelen of voorzieningen vast in bestaande vergunningen dan wel maatwerkvoorschriften, door zelf hierop een actualisatie te doen.
  3. Neem samen met hulp van een BMD-adviseur contact op met het bevoegd gezag om voor de situatie toestemming te krijgen.

 

Terug naar overzicht
©2016 BMD Advies Oost     |     Sitemap     |     Disclaimer