De slider is niet ingesteld bij de opties. Stel deze nu in

Nieuwe procedure vereist voor vormvrije m.e.r meer aandacht

Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) bepaalt bij welke plannen, besluiten en/of activiteiten nadere regels van toepassing zijn om zo de effecten voor het milieu te beoordelen. Met deze beoordeling wordt getoetst of gewenste activiteiten op een aangewezen locatie kunnen worden toegestaan, zonder dat daarbij onomkeerbare negatieve effecten voor het milieu ontstaan. Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd.

Eén van de meest opmerkelijke wijzigingen is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:

  • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld;
  • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit melden, deze hoeft niet te worden gepubliceerd in de Staatscourant;
  • de initiatiefnemer van het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit dit bij de vergunningaanvraag toevoegen.

De vormvrije m.e.r.-beoordeling moet altijd worden toegepast wanneer sprake is van een activiteit die is genoemd in onderdeel C of D van bijlage I van het Besluit m.e.r.. De vermelding dat de betreffende ondergrens niet wordt overschreden is onvoldoende als motivatie om geen m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

Dit houdt in dat voor elk besluit, plan of activiteit dat na 16 mei 2017 is ingediend, en betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, aandacht moet worden besteed aan m.e.r..

In de praktijk

In onderstaande opsomming (niet limitatief) staan de meest voorkomende activiteiten genoemd uit onderdeel C of D van bijlage I van het Besluit m.e.r.:

  • aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein;
  • oprichten of wijzigen van een windturbinepark;
  • onttrekken van grondwater;
  • behandeling of vernietiging van (gevaarlijke) afvalstoffen;
  • vervaardigen van papierpulp, papier of karton;
  • productie van chemie, farmaceutische producten, verven en vernissen;
  • opslag van aardolie, petrochemische, aardgas of chemische producten;
  • vervaardigen van cement;
  • smelten van (non)ferrometalen;
  • elektrolytische of chemische oppervlaktebehandeling van kunststoffen en metalen;
  • vervaardigen van motorvoertuigen;
  • slachterijen en het be- of verwerken van voedingsmiddelen;
  • voorbehandelen of verven van vezels of textiel en het looien van huiden;
  • vervaardigen van keramische producten, smelten van minerale stoffen.

Voor bovenstaande activiteiten geldt geen ondergrens op basis van omvang of productiecapaciteit wanneer een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Ook lopende aanvragen, waarop nog geen besluit is genomen, moeten in principe worden getoetst aan de laatste wijziging van het Besluit m.e.r.

Bij deze aanvragen moet dus alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling nieuwe stijl worden doorlopen met een:

  • mededeling van de aanvrager volgens artikel 7.16 Wet milieubeheer;
  • m.e.r.-beoordelingsbesluit van het bevoegd gezag, deze hoeft niet te worden gepubliceerd in de Staatscourant;
  • vergunningaanvraag waaraan de initiatiefnemer het m.e.r.- beoordelingsbesluit heeft toegevoegd.

Bron: Staatsblad

Wat betekent dit nu voor uw bedrijf?

Heeft u voor uw bedrijf een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu ingediend, of wordt binnenkort een aanvraag ingediend? En heeft de aanvraag betrekking op activiteiten die worden genoemd in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. waarbij de gestelde ondergrens niet wordt overschreden? Dan is de gewijzigde vormvrije m.e.r.-beoordeling voor u van toepassing en moet u deze procedure voor of tijdens de aanvraag afronden.

Afhankelijk van de exacte aan te vragen activiteiten moet bepaalde informatie worden toegevoegd waaruit blijkt dat uiteindelijk wel of geen m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als voorbeeld noem ik de productie van papier, categorie D 20.2, waarbij een ondergrens geldt met een productiecapaciteit van 100 ton per dag of meer. Een aanvraag waarbij het gaat om een productiecapaciteit van 90 ton per dag moet van een meer gedetailleerde motivatie worden voorzien dan een aanvraag voor een productiecapaciteit van 5 ton per dag. Wij adviseren om voor het uitvoeren van de beoordeling in overleg met het bevoegd gezag de exacte inhoud van het verzoek te bepalen.

 

Terug naar overzicht
©2016 BMD Advies Oost     |     Sitemap     |     Disclaimer